|
Grootvader-vader-zoon principe. Het werkt als
volgt: dagelijks wordt een back-up gemaakt op een aparte
informatiedrager (tape, disk of anders). Dat is dus één per dag voor b.v. maandag, dinsdag, woensdag en donderdag. deze vier worden elke
week opnieuw gebruikt en dus overschreven. Voor dag vijf in de week,
in ons voorbeeld dus de vrijdag, maken we een back-up die we b.v.
vier weken bewaren en dus elke maand overschrijven. Echter de
laatste per maand bewaren we tot het eind van het jaar.
Aan het eind van het jaar wordt een laatste back-up gemaakt en gearchiveerd voor een periode
van meerdere jaren (7). Om dit principe door
te voeren hebt u dus aan informatiedragers (b.v. tapes) nodig: 4 per
week, 4 per maand, 12 per jaar en natuurlijk 1 extra voor elk
afgesloten jaar. Om te beginnen dus 20 stuks.
We bewaren maand- en jaar tapes omdat b.v. door
een virus of menselijke fout bestanden onbruikbaar kunnen raken die
weliswaar niet vaak worden gebruikt, maar wel heel belangrijk zijn.
Alleen door ook oudere back-ups te bewaren kunnen we zeker zijn
altijd dit soort bestanden terug te kunnen zetten. (de maand tapes
worden een jaar later weer gebruikt in dezelfde maand)
Het is van groot belang dat er back-ups elders
worden opgeslagen, buiten huis of bedrijf. Zo wordt voorkomen dat
bij diefstal, brand of andere calamiteiten de data geheel verloren
gaat.
Natuurlijk is het maken van back-ups op de
bovenbeschreven manier niet goedkoop, maar denk eens aan de gevolgen
als de administratie verloren gaat. Dat kan heel goed het einde van
het bedrijf betekenen! Ook het maken van back-ups met een lagere
frequentie kan risicovol zijn. Bedenk hoeveel verlies acceptabel
is...is dat een dag, een paar dagen, een week? Bedenk dat het werk
van alle medewerkers over die periode opnieuw moet worden gedaan.
       |
|
|